Valse vrienden

Als je Esperanto leert, valt het op dat veel Esperantowoorden bekend voorkomen. De betekenis van woorden als biologio, pluki, besto of planto hoeft een Nederlandstalige over het algmeen niet op te zoeken. Gelijkenissen kunnen echter ook misleidend zijn. Sommige Esperantowoorden die ons bekend voorkomen, blijken namelijk toch iets anders te betekenen. Zo'n woord wordt vaak een valse vriend genoemd. Hieronder vindt u een overzicht. Aan het einde van dit overzicht wordt nog even speciaal aandacht geschonken aan het woordje sin. Via de navigatiekoppelingen op deze pagina vindt u nog een aantal andere problemen die u als Nederlandstalige tegen kunt komen bij het leren van Esperantowoorden.

Als u lid bent van edukado.net, kunt u de volgende lijst ook in PDF-formaat downloaden.

EsperantowoordNederlandse vertalingNederlands woord dat erop lijktEsperantovertaling van het woord dat erop lijkt
abortieen miskraam hebbenaborterenabortigi
aferozaak, ding, aangelegenheidaffaireskandalo
aksoasakshakilo
alkoelandalkaŭko
alovleugel (van een gebouw)aalangilo
altohoogtealt (zangstem)aldo
angoroangstangora (betr. wol)angura
animozielanimovervo
ardogloedaardkaraktero
arkoboogarkarkeo
armo, armilowapenarmbrako
banobadbaanorbito, funkcio, vojo
bandobende, scharebandligilo, rubando, banderolo
bardobard (zanger)baardbarbo
baroversperringbartrinkejo, bufedo
bateriobatterij (militair), accubatterijpilo (geen echte valse vriend meer, want baterio en pilo worden vaak naast elkaar gebruikt. Maar eigenlijk is baterio een pilaro.)
bendoreep, strook, bandbendebando (groep), malordo (chaos)
beginobegijn (non)beginkomenco
bekosnavelbekbuŝo, faŭko
berobesbeerurso
betobietbedlito, bedo
blusoblues (muziek)blousebluzo
bonogoed (het goede)bonkupono
bordooever, kustbordtelero, tabulo, ŝildo
botolaarsbotosto, malakra
bramobrasembraamrubusbero
brandobrandewijnbrandbrulo, fajro
bravadapperbraafobeema
briloglansbrilokulvitroj
brulibrandenbrullenblekegi, kriegi, hurli
darmodharma (leer)darmintesto
dektiendekferdeko
digitalovingerhoedskruiddigitaalcifereca (het gebruik van diĝita wordt afgeraden)
diloplankdilleaneto
dingodingo (hond)dingafero, aĵo
direktorichtingdirectrekta
doktorodoctor (academische graad)dokterkuracisto
domohuisdomkatedralo, stulta
dozodosisdoosskatolo
driliwerken met een drilboordrillenekzerci
dumgedurende, terwijldoemmalbeno
drinkizuipendrinkentrinki
efektivewerkelijk, inderdaadeffectiefefike
ekipaĵouitrustingequipeteamo
eksterbuiteneksterpigo
fabelosprookjefabelfablo
fantastofantasy (litterair genre)fantastfantaziulo
familiogezinfamilieparencoj
faridoenvarennaĝi, ŝipveturi
fastoVastenvastfiksa
federofederatieveder, veerplumo, risorto, pramo
felovelfelakra, intensa
fenoföhnfanadoranto
feraijzerenfairlojala, honesta
filozoonfilevico
flatovleierijflatapartamentaro
flugavliegendvlugrapida
flutofluitvloedfluso, alta tajdo
forovertevoorsulko, antaŭ, por
fortokrachtfortfortikaĵo
fosiloschep, spadefossielfosilio
fragoaardbeivraagdemando, peto
frajokuit (van vis)fraaibela
germanoDuitserGermaanĝermano
granogrein(tje) (gewicht)graangreno
granatogranaatappelgranaat (militair)grenado
grenaat (edelsteen)grenato
grasovetgrasherbo(j)
grosokruisbesgrosgroco, plimulto
grilokrekelgrilkaprico
grillrostilo
gutodruppelgoedbona, bieno, ŝtofo
hakohouw met bijlhaakhoko
halsohals (zeiltouw)hals (lichaamdeel)kolo
henohinnikhenkokino
homomenshomosamseksemulo
horloĝoklokhorlogebrakhorloĝo
humorohumeurhumorhumuro
imagovoorstelling(svermogen), ideeimagopublika bildo
iroloop, gangIerirlandano
jazeker, immers, weljajes
jevoorzetsel zonder vaste betekenisjevi(a)
justarechtvaardigjuistĝusta, ĵus
ĵurnalodagbladjournaalloglibro, novaĵelsendo
kafokoffiekafgrenoŝeloj
kalaeeltigkaalkalva
kamotandwieltandkamkombilo
kamerokleine kale ruimtekamerĉambro
camerakamerao
kampoveld, akkerkamptendaro
kandelokaarskandelaarkandelingo
kanorietkanokanuo
kapohoofdkaapkabo
kapenkaperi
kapseloherderstasje (plant)kapselhararanĝo
karviokarwij, kummelkarweilaboro
kastokaste (in India)kastŝranko
kelokelderkeelgorĝo
kilokiel (van een schip)kilokilogramo
kinofilmkunstkinmentono
kisokuskiesmolaro
kistocystekistkesto
knarokraakgeluidknaroldulo
kokohoen, haankokkuiristo
kolohals, keelkoolbrasiko (groente), karbo (steenkool)
komokommacomakomato
kompostaĵozetsel (drukkunst)compostkompoŝto
koncernebetreffendconcernkonzerno
kondiĉoconditie (voorwaarde)(lichaams)conditiekorpostato
kordosnaar, stembandkoordŝnuro
korohartkoorĥoro, koruso
korvoraafkorfkorbo
krampohaakje, nietjekrampkramfo
kriplagebrekkigkreupellama
kvartalowijkkwartaalkvaronjaro
lagomeerlaagtavolo
lamakreupelverlamdparalizita
lamalamao
lekilikkenlekkenliki
leterobriefletterlitero
likilekkenlikkenleki
linovlaslinnentolo
linkolynxlinkligo (koppeling), danĝera (gevaarlijk)
listolijstlistruzaĵo
literoletterliterlitro
loĝiwonenlogerengasti
loketoplaatsjeloketgiĉeto
luliwiegenlullenparoli sensence, kacoj
lupowolfloeplupeo
lustroluchterlustrumjarkvino
melkimelkenmelklakto
miroverbazingmierformiko
mokospotmokkamokao
molazachtmolligdiketa
mondowereldmondbuŝo
mordibijtenmoordenmurdi
musomuismuspasero
navoschip (van een kerk)naafnabo
omoohm (eenheid van weerstand)oomonklo
ordinaragewoonordinairvulgara
orogoudoororelo
panobroodpanpoto
papopauspapkaĉo
pastorodomineepastoorpastro, paroĥestro
peronobordesperronkajo
pilobatterijpilpilolo
pindo (pajnto)pint (inhoudsmaat)pindaarakido
placopleinplaatsloko
planetoplannetjeplaneetplanedo
plankovloerplankbreto, dilo
plasibeleggen, investerenplassenurini, pisi
PolioPolenpoliopoliomjelito
poloPoolpoolpoluso
pontobrugpontpramo
portidragenportoafranko
pramoveerpontpraamboato
pruvibewijzenproevengustumi
puntokant (stof)puntpunkto, pinto, poento
rarazeldzaamraarstranga
restaŭrantorestaurateur (van schilderijen of gebouwen)restaurantrestoracio
ritoriterietkano
rosodauwroosrozo
rostroslurfroosterkrado
roosterenrosti
sablozandsabelsabro
sakotaszakujo, poŝo, aĉulo, skroto
sapozeepsapsuko
sortolotsoortspeco, specio
spadodegenspadefosilo, ŝpato
spikoaarspiekenfikopii
spinowervelkolomspinaraneo
spiroademspiermuskolo
spititrotserenspijt hebbenbedaŭri
stikistekkenstikkenstebi, sufokiĝi
strikistakenstrijkengladi, malhisi
ŝtupotredestoeptrotuaro, perono
tasokopjetassako, teko
tempotijdtemporapideco
tentoverleidingtenttendo
tinotobbetinstano
toervojaĝoturotoren
velozeilvelfelo, haŭto
ventowindventulo
vestokledingstukvestveŝto
veste, vestingfortreso
vetoweddenschapvetgraso
vinowijnvinnaĝilo
vipozweepwipbaskulo
volumo(boek)deelvolumevolumeno
zonozonezoonfilo

Sin en zich

Het Esperantowoordje sin kun je in het Nederlands vaak vertalen met zich. Maar niet altijd! Vandaar dat het koppel sin/zich met recht een valse vriend genoemd mag worden. Nederlands werkwoorden gaan vaak vergezeld van het woordje zich, terwijl in het Esperanto het equivalent sin niet wordt gebruikt. Maar ook het omgekeerde komt voor.

EsperantowoordNederlandse vertaling
enuizich vervelen
erarizich vergissen
hontizich schamen
imagizich voorstellen
ĝojizich verheugen
kondutizich gedragen
konscii (pri)zich bewust zijn (van)
mirizich verbazen
rapidizich haasten
(re)memorizich herinneren
sin banibaden
sin duŝidouchen
sin trejnitrainen

Nederlands

Nederlands

English

English

Esperanto

Esperanto